ECLI:NL:CRVB:2017:1028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten studiefinanciering wegens onrechtmatig bewijs en motiveringsgebrek
Appellante kreeg vanaf 1 mei 2013 studiefinanciering toegekend als uitwonende studente. Op 4 september 2013 voerden twee controleurs een onderzoek uit naar haar woonsituatie. Op basis van hun rapport herzag de minister de studiefinanciering en kwalificeerde appellante als thuiswonend, waarna ook een bestuurlijke boete werd opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat de controleurs niet bevoegd waren omdat zij werkzaam waren bij een werkmaatschappij en niet onder de aanwijzing vielen. Hierdoor is het bewijs onrechtmatig verkregen en moet het worden uitgesloten.
Zonder dit bewijs ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor de besluiten van de minister. De Raad vernietigt daarom de besluiten en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt de Raad de minister in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De besluiten van de minister over studiefinanciering en bestuurlijke boete worden vernietigd wegens onrechtmatig bewijs en motiveringsgebrek.