ECLI:NL:CRVB:2017:2
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omzetting uitwonendenbeurs in thuiswonendenbeurs wegens onbevoegde controleurs en onvoldoende bewijs woonplaats
Appellant ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonenden over de periode maart tot en met oktober 2013. Op 1 oktober 2013 voerden twee controleurs namens de minister een huisbezoek uit op het adres waar appellant toen in de gemeentelijke basisadministratie stond ingeschreven. De minister concludeerde dat appellant niet op dat adres woonde en zette de beurs om in een thuiswonendenbeurs, met terugvordering van €1.365.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat de controleurs niet bevoegd waren en dat hij voorafgaand aan de controle wel op het gba-adres had gewoond. De Raad oordeelde dat de controleurs niet vielen onder het aanwijzingsbesluit van de minister omdat zij in dienst waren van werkmaatschappijen en niet van de aangewezen organisatie zelf. Hierdoor waren zij onbevoegd en zijn de bevindingen van het huisbezoek als bewijs ontoelaatbaar.
Desondanks steunde het besluit ook op de erkenning van appellant dat hij op de controledatum niet op het gba-adres woonde. Appellant gaf toe dat hij het adres op 26 september 2013 had verlaten en zich op 2 oktober 2013 bij zijn ouders had ingeschreven. Omdat appellant geen onomstotelijk bewijs leverde dat hij in de periode voorafgaand aan de controle op het gba-adres woonde, werd het beroep ongegrond verklaard en de omzetting bevestigd.
Uitkomst: De omzetting van de uitwonendenbeurs in een thuiswonendenbeurs wordt bevestigd wegens onbevoegde controleurs en onvoldoende bewijs van woonplaats door appellant.