ECLI:NL:CRVB:2017:1054
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens onjuist opgegeven inkomen inwonend kind
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en woonde samen met haar meerderjarige dochter. Het college herzag de bijstand en verlaagde de toeslag vanwege het inkomen van de dochter, gebaseerd op gegevens uit Suwi-net. Appellante gaf het inkomen van haar dochter niet juist door, waardoor het college de bijstand heeft teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante stelde in hoger beroep dat het college haar bezwaar niet apart had mogen behandelen en dat het inkomen van haar dochter onjuist was vastgesteld. De Raad oordeelde dat het college de hoorplicht heeft geschonden door geen aparte hoorzitting te houden over de herziening en terugvordering.
Desondanks mocht het college uitgaan van de Suwi-net gegevens, die voldoende aannemelijk maken dat het inkomen van de dochter het grensbedrag overschreed. Appellante heeft onvoldoende bewijs geleverd om dit te betwisten. Omdat appellante haar bezwaar in beroep en hoger beroep heeft toegelicht en dit niet tot een andere uitkomst leidt, is zij niet in haar belangen geschaad en kan het gebrek worden gepasseerd.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en veroordeelt het college in de proceskosten van appellante, inclusief vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.