ECLI:NL:CRVB:2017:1065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen toepassing hardheidsclausule bij functiewaardering politieambtenaar
Betrokkene was werkzaam als politieambtenaar en maakte bezwaar tegen de functiewaardering in het kader van de invoering van het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Na verschillende besluiten over functiewijzigingen en waarderingen, waarbij zijn functie werd omgezet naar LFNP-functies met lagere salarisschalen, verklaarde de rechtbank het beroep van betrokkene gegrond en oordeelde dat de korpschef de hardheidsclausule had moeten toepassen vanwege onbillijkheid.
De korpschef stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat sprake was van onbillijkheid van overwegende aard. De Raad benadrukte dat het vaker voorkomt dat de matching leidt tot een lager gewaardeerde LFNP-functie en dat de situatie van betrokkene niet bijzonder is. Tevens had betrokkene zijn persoonlijke salarisschaal behouden en betwistte hij de wijziging van zijn functie per 1 januari 2013 niet.
De Raad vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank voor zover aangevochten en verklaarde het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.N.A. Bootsma op 9 maart 2017.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 2 mei 2014 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt vernietigd voor zover aangevochten.