ECLI:NL:CRVB:2017:111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van LFNP-functietoekenning en afwijzing bezwaar OVW-periodieken
Appellant, werkzaam bij de politie, betwistte zijn vastgestelde uitgangspositie voor de overgang naar het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Hij stelde ten onrechte gematcht te zijn vanuit de functie Leidinggevende Beheerstaken C in plaats van Operationeel Specialist B, en voerde aan dat zijn werkzaamheden dit onderschreven. Daarnaast maakte appellant bezwaar tegen het niet ontvangen van Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden (OVW)-periodieken.
De Raad oordeelde dat de uitgangspositie van appellant rechtens onaantastbaar was vastgesteld bij een eerder besluit en dat de matching op basis van de formele korpsfunctiebeschrijving moest plaatsvinden. Verwijzingen naar feitelijke werkzaamheden of beoordelingen konden niet leiden tot wijziging van deze uitgangspositie. Ook werd geoordeeld dat appellant geen verzoek tot functieonderhoud had ingediend, wat voor zijn rekening en risico kwam.
Verder verwierp de Raad het beroep op het zorgvuldigheidsbeginsel en de hardheidsclausule, omdat deze niet bedoeld zijn om de uitgangspositie te corrigeren of rekening te houden met extra werkzaamheden die niet in de formele beschrijving waren opgenomen. Omdat aan de LFNP-functie Bedrijfsvoeringspecialist B geen OVW-punten verbonden zijn, was er geen grond voor toekenning van OVW-periodieken.
De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraken van de rechtbank Den Haag en wees de beroepen van appellant af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De aangevallen uitspraken worden bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.