ECLI:NL:CRVB:2017:1156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.N.A. Bootsma
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontbinding overeenkomst na ontslag LUMC wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante was sinds 1987 werkzaam bij het Academisch Ziekenhuis Leiden, de rechtsvoorganger van het LUMC, en betrokken bij een uitvinding waarop een patent rust. In 2004-2005 ontstond een geschil over haar functie, strafontslag en een minnelijke beëindiging van het dienstverband, vastgelegd in een overeenkomst van januari 2006.
Appellante verzocht in 2013 om ontbinding van deze overeenkomst wegens dwang, dwaling en bedrog, stellende dat zij onder druk afstand deed van haar rechten en dat documenten vervalst zouden zijn. Het LUMC wees dit af wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat de aangevoerde gronden niet als nieuw kunnen worden aangemerkt en dat appellante bewust en weloverwogen heeft ingestemd met de regeling. Verzoeken tot het horen van getuigen en het opvragen van documenten worden afgewezen omdat deze niet tot nieuwe inzichten leiden.
Het hoger beroep slaagt niet en de eerdere uitspraak wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen vanwege het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.