Uitspraak
24 september 2015, 15/969 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk werkzaam als chauffeuse, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde vast dat zij vanaf oktober 2014 meer dan 65% van haar oude loon kan verdienen en weigerde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het medische oordeel van verzekeringsartsen boven dat van de psychiater stelde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat een onafhankelijk deskundigenoordeel nodig was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de rechtbank en het UWV, oordeelde dat de medische rapporten zorgvuldig en consistent waren, en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad stelde vast dat appellante geen beperkingen heeft in aandacht vasthouden of verdelen, en dat de door haar gestelde noodzaak voor urenbeperking niet wordt ondersteund door medische gegevens. Ook de aangevoerde bezwaren tegen de geduide functies faalden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de bestreden uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Ziektewetuitkering bevestigd.