ECLI:NL:CRVB:2017:1191
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag continuering opvang Wmo
Appellant, een vreemdeling zonder aanspraak op voorzieningen op grond van de Vreemdelingenwet 2000, verzocht op 2 mei 2014 om continuering van opvang bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het college verleende opvang tot 31 mei 2014 en nam niet tijdig een besluit op de aanvraag van appellant, waarop appellant meerdere malen het college in gebreke stelde en beroep instelde.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees ook het verzoek om plaatsing op de GGD-onderzoekslijst af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. Het college wees de aanvraag van 2 mei 2014 formeel af bij besluit van 7 augustus 2014, maar deze beslissing werd door de rechtbank Amsterdam vernietigd en het recht op opvang toegekend. De Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak echter en verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelt dat de beroepsgrond dat het college een kortere beslistermijn had moeten hanteren niet slaagt en bevestigt dat het verzoek om plaatsing op de GGD-lijst geen aanvraag in de zin van de Awb is. Beroepsgronden tegen het besluit van 7 augustus 2014 kunnen niet meer aan de orde komen. Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.