Uitspraak
30 april 2015, 14/2961 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
1 januari 2014 (Staatscourant van 23 december 2013, nr. 35855). De toelichting bevat de volgende tekst:
1 januari 2014 gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een indicatie voor zorgzwaartepakket GGZ 3C en vroeg een persoonsgebonden budget (pgb) aan voor de periode 2013-2015. Het Zorgkantoor wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de verplichtingen verbonden aan het pgb, mede omdat hij pas in bezwaar bekendmaakte dat een boekhouder de administratie zou voeren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de beoogde zorg niet viel onder persoonlijke verzorging of begeleiding zoals bedoeld in het Besluit zorgaanspraken AWBZ. Appellant voerde in hoger beroep aan wel aan de verplichtingen te voldoen en dat er AWBZ-zorg was geleverd.
De Raad oordeelde dat persoonlijke verzorging en begeleiding strikt zijn gedefinieerd en dat de door appellant genoemde hulp bij administratieve zaken en sociale activiteiten niet hieronder valt. Hoewel in bezwaar werd erkend dat een derde (boekhouder) zou helpen, was dat niet voldoende onderbouwd om het pgb toe te kennen.
De Raad concludeerde dat het Zorgkantoor terecht het pgb heeft geweigerd op grond van artikel 4:35 Awb Pro en de Regeling subsidies AWBZ. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het pgb bevestigd.