ECLI:NL:CRVB:2017:1244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, terwijl S, de vader van haar kinderen, op een ander adres stond ingeschreven. Na een anonieme melding startte het dagelijks bestuur een onderzoek naar een vermeende gezamenlijke huishouding. Dit leidde tot besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar in hoger beroep oordeelt de Raad dat het bewijs onvoldoende is. De verklaring van S over zijn verblijf bij appellante is niet specifiek of concreet genoeg, en het onderzoek bevatte geen aanvullende feiten die de gezamenlijke huishouding bevestigen. Ook het onaangekondigde huisbezoek leverde geen aanwijzingen op.
De Raad vernietigt daarom de bestreden besluiten en beveelt het dagelijks bestuur een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens worden de kosten van appellante vergoed. Het besluit tot terugvordering wordt eveneens vernietigd vanwege het ontbreken van een deugdelijke motivering.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding.