Uitspraak
1 april 2016, 14/1457 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen zijn overgang naar de LFNP-functie Senior Intake & Service, omdat hij meende dat dit leidde tot een onbillijke verschraling van zijn taken en het verlies van opsporings- en toezichttaken. Hij verzocht daarom toepassing van de hardheidsclausule en toekenning van de LFNP-functie Operationeel Specialist A.
De korpschef had het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat sprake was van een bijzondere situatie die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigde.
De Raad overwoog dat de regeling bewust voorziet in mogelijke inhoudelijke afwijkingen bij overgang naar een LFNP-functie en dat een verschraling van taken geen onbedoelde onbillijkheid vormt. Tevens stelde de Raad vast dat de toekenning van de LFNP-functie Senior Intake & Service geen gevolgen heeft voor de executieve status van appellant, die zijn opsporings- en toezichttaken mag blijven uitvoeren.
Daarom kon de korpschef zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat geen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard of bijzondere situatie. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.