Uitspraak
.
OVERWEGINGEN
- dat appellant meerdere keren de hem ter beschikking staande politie-informatiesystemen heeft geraadpleegd ten behoeve van privédoeleinden, waarmee hij heeft gehandeld in strijd met de Wet Politiegegevens;
- dat appellant op 18 februari 2014 en op 13 april 2014 een brief heeft geschreven met het officiële politielogo en heeft ondertekend met zijn naam en zijn rang, waardoor hij misbruik heeft gemaakt van zijn ambt;
- dat appellant, terwijl zich een vriendschap met mevrouw H ontwikkelde, geen afstand heeft gehouden van en zich actief heeft gemengd in de civiele kwestie waarmee zij te kampen had.