ECLI:NL:CRVB:2017:1327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M. Kraefft
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens plichtsverzuim bij niet verschijnen bedrijfsartsafspraak
Appellante was sinds 2008 werkzaam bij de gemeente Den Haag en kreeg in 2014 een voorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens plichtsverzuim. Dit ontslag werd definitief ten uitvoer gelegd nadat zij zonder toestemming niet verscheen bij een afspraak met de bedrijfsarts op 1 september 2014.
De Raad oordeelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat haar rugklachten haar verhinderden de afspraak na te komen. Ook had zij onvoldoende gedaan om de afspraak tijdig en correct af te zeggen, aangezien zij alleen contact zocht met haar leidinggevende en niet met diens vervangers. Hierdoor was sprake van plichtsverzuim.
Appellante voerde aan dat zij door een ernstige depressie niet toerekenbaar was, maar de Raad stelde dat uit de medische verklaring niet bleek dat zij rond de datum van het plichtsverzuim niet in staat was haar gedrag te begrijpen en te beheersen. Het college had daarom terecht het ontslag ten uitvoer gelegd.
De Raad bevestigde het vonnis van de rechtbank Den Haag en wees het hoger beroep af. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afzien van tenuitvoerlegging konden leiden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 6 april 2017.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het ontslag wegens plichtsverzuim wordt bevestigd.