ECLI:NL:CRVB:2017:1413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering en beëindiging ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek na een verkeersongeval en vroeg een WIA-uitkering aan. Na medisch onderzoek en arbeidsdeskundige beoordeling stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geen recht had op WIA-uitkering vanaf 6 februari 2014. Het bezwaar werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
Later meldde appellant zich ziek wegens psychische klachten en ontving ziekengeld. Na hernieuwd medisch onderzoek concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor ten minste één van de geselecteerde functies en beëindigde het ziekengeld per 9 maart 2015. Ook dit besluit werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, mede door de ziekte van Ménière en psychische klachten, onvoldoende waren erkend. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, de beperkingen adequaat waren vastgesteld en de arbeidsdeskundige rapporten voldoende onderbouwd waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraken bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van WIA-uitkering en beëindiging van ziekengeld bevestigd.