ECLI:NL:CRVB:2017:1414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- A.I. van der Kris
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-uitkering en oplegging boete wegens niet melden zelfstandige activiteiten
Appellant ontving vanaf 1 juli 2011 een WW-uitkering. Nadat hij had gemeld volledig als zelfstandige te werken, trok het Uwv de uitkering vanaf 3 juni 2013 in. Uit onderzoek bleek dat appellant al vanaf 1 juni 2012 activiteiten als zelfstandige ontplooide, zonder dit aan het Uwv te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt.
Het Uwv herzag de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, tevens legde het een boete op. De rechtbank verklaarde het beroep op de herziening en terugvordering gegrond en de boete passend. Appellant stelde in hoger beroep dat zijn activiteiten geen zelfstandige ondernemingen waren maar een onconventionele sollicitatievorm, en dat hij niet wist dat melding verplicht was.
De Raad oordeelde dat appellant als bestuurder en aandeelhouder van meerdere BV's activiteiten als zelfstandige verrichtte, hetgeen niet strookt met zijn stelling. De investeringen en presentatie als ondernemer bevestigen dit. De schending van de inlichtingenplicht was verwijtbaar en de opgelegde boete passend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WW-uitkering en boete bevestigd.