ECLI:NL:CRVB:2017:1428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij functietoewijzing
Appellant, werkzaam als [rang] bij de [dienstonderdeel], werd na een reorganisatie op de vliegbasis Eindhoven geplaatst in een tijdelijke functie met een datum tot en met 31 december 2014. Hij maakte bezwaar tegen deze plaatsing, dat door de minister van Defensie ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij onterecht niet in een vaste functie was geplaatst en wilde hij enkele in het selectieverslag genoemde feiten rechtzetten. De minister stelde dat het materiële en procesbelang van appellant was vervallen, omdat hij inmiddels andere functies had gekregen die niet nadeliger waren dan de vaste functie waar hij aanspraak op maakte.
De Raad overwoog dat procesbelang vereist is dat het beoogde resultaat ook daadwerkelijk bereikt kan worden en dat een louter principieel belang onvoldoende is. Omdat appellant niet meer in een vaste functie geplaatst kan worden en zijn belang slechts bestond uit het rechtzetten van passages in het selectieverslag, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Raad volgde de minister in het standpunt dat appellant geen nadeliger rechtspositie heeft en dat selectieverslagen niet in het personeelsdossier worden opgenomen.
De Raad wees ook op de mogelijkheid voor appellant om tegen toekomstige afwijzingen rechtsmiddelen te gebruiken. De beslissing van de rechtbank over de beperking van kennisneming van het selectieverslag bleef onbesproken. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.