ECLI:NL:CRVB:2017:1449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet-naleving arbeidsverplichtingen ondanks zorg voor gehandicapte zoon
Appellant diende een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB en kreeg een inspanningsperiode opgelegd waarin hij moest solliciteren en zich inschrijven bij uitzendbureaus. Hij voldeed hier niet aan vanwege zorgtaken voor zijn gehandicapte zoon en de ondersteuning van zijn hoogzwangere vrouw. Het college legde daarom een verlaging van de bijstand op, eerst 30% en daarna 100% wegens recidive.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de persoonlijke omstandigheden van appellant onvoldoende onderbouwing boden om de maatregel te matigen of achterwege te laten. Het feit dat de gehandicapte zoon dagopvang kreeg en dat appellant zelf verantwoordelijk was voor passende kinderopvang, speelde hierbij een rol.
Ook het argument dat de verlaging onevenredig zwaar zou zijn en dat er dringende redenen waren om af te zien van de maatregel, werd verworpen. Appellant had geweigerd te solliciteren en de financiële gevolgen daarvan zijn voor zijn eigen risico. De Raad concludeerde dat het college terecht de bijstand heeft verlaagd en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wegens niet-naleving van arbeidsverplichtingen wordt bevestigd ondanks de persoonlijke omstandigheden van appellant.