ECLI:NL:CRVB:2017:1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding vermogen en exploitatie autobedrijf
Appellanten ontvingen sinds 1979 bijstand en werden in 2013 door sociale recherche onderzocht vanwege vermoedens van sociale zekerheidsfraude. Tijdens een doorzoeking werden contante geldbedragen en bedrijfsdocumenten aangetroffen. Het college trok daarop de bijstand in en vorderde de kosten terug over de periode 2002-2013.
De rechtbank vernietigde het besluit gedeeltelijk en stelde vast dat appellanten vanaf 22 februari 2008 geen recht meer hadden op bijstand, mede vanwege het feit dat zij geen inzicht hadden gegeven in de herkomst van contanten en exploitatie van het autobedrijf. Appellanten gingen hiertegen in hoger beroep en stelden dat het vermogen binnen de vermogensgrens viel en dat het college op de hoogte was van het autobedrijf.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij niet beschikten over het vermogen en dat zij de exploitatie van het autobedrijf niet hadden gemeld. De belastingaangiften boden onvoldoende inzicht en de boekhouding was niet overgelegd ondanks dat deze beschikbaar was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de intrekking en terugvordering bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.