ECLI:NL:CRVB:2017:1472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening nabestaandenuitkering bij meervoudig huwelijk en onbekendheid met verdragsrechten
Appellante, gehuwd met een man die tevens een andere echtgenote had, ontving een volledige nabestaandenuitkering. Na een aanvraag van de eerste echtgenote werd de uitkering herzien en gehalveerd met terugwerkende kracht vanaf februari 2012. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij niet op de hoogte was van het nog bestaande huwelijk van haar echtgenoot met de eerste echtgenote en dat de herziening met terugwerkende kracht onterecht was.
De Raad oordeelde dat het huwelijk van de eerste echtgenote met de overledene niet was ontbonden en dat beide echtgenotes recht hebben op een evenredig deel van de nabestaandenuitkering volgens het Verdrag tussen Nederland en Marokko. Echter, appellante was onbekend met deze verdragsbepalingen en werd bij haar aanvraag niet gewezen op deze rechten. Dit vormde een bijzondere omstandigheid waardoor de terugwerkende kracht van de herziening niet gerechtvaardigd was.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en herroept het besluit van 23 juli 2013, waarbij de herziening met terugwerkende kracht werd toegepast. De uitkering wordt herzien per 1 augustus 2013. Tevens werd de Sociale Verzekeringsbank veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan appellante.
Uitkomst: De herziening van de nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht wordt vernietigd en vastgesteld per 1 augustus 2013.