ECLI:NL:CRVB:2017:1483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Rottier
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum IVA-uitkering bij toegenomen arbeidsongeschiktheid niet eerder dan juli 2014
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich in 2007 ziek wegens rugklachten. In 2008 werd vastgesteld dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op WIA-uitkering ontstond. In juli 2012 meldde zij zich opnieuw ziek, waarna de ziekte non-Hodgkin werd vastgesteld. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe vanaf 22 juli 2014, na 104 weken volledige arbeidsongeschiktheid.
Appellante stelde dat haar toegenomen beperkingen al in juli 2012 waren ingetreden en voortvloeiden uit dezelfde oorzaak als haar eerdere rugklachten, en vorderde een IVA-uitkering vanaf die datum. De rechtbank wees dit af, stellende dat de beperkingen voortkomen uit een nieuwe, ernstige ziekte zonder relatie tot de eerdere rugklachten.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Uit medische rapporten bleek dat de toegenomen beperkingen het gevolg zijn van de non-Hodgkin en niet van een toename van de eerdere rugklachten. Nieuwe medische gegevens boden geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad concludeerde dat de IVA-uitkering terecht is vastgesteld met ingang van 22 juli 2014 en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De ingangsdatum van de IVA-uitkering is terecht vastgesteld op 22 juli 2014 en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.