ECLI:NL:CRVB:2017:1493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot Ziektewetuitkering wegens betwisting ontslag
Appellant was werkzaam als BOA/toezichthouder en kreeg op 6 november 2014 ongevraagd ontslag met ingang van drie dagen na verzending van het besluit. Appellant maakte bezwaar tegen het ontslag en meldde zich op 11 augustus 2014 ziek. Het UWV weigerde op 18 november 2014 een voorschot op de Ziektewetuitkering te verstrekken vanwege onduidelijkheid over loondoorbetaling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond, omdat het ontslag juridisch werd betwist en daardoor twijfel bestond over het recht op loon. Appellant stelde in hoger beroep dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat hij vanaf 11 augustus 2014 recht had op bezoldiging en dus een voorschot op de ZW-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte dat zolang het ontslag juridisch wordt aangevochten en de procedure nog niet is afgerond, het UWV terecht geen voorschot verstrekt. Bovendien bestaat geen recht op ziekengeld als er nog recht op loon is. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV heeft terecht het voorschot op de ZW-uitkering geweigerd.