Uitspraak
15.1071 WWB
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, een stichting in Noord-Holland, ontving loonkostensubsidie voor vier medewerkers op basis van het Besluit In- en Doorstroombanen en de Wet werk en bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Den Helder besloot de subsidie per 1 mei 2012 te beëindigen vanwege financiële redenen en het niet meer bereiken van re-integratiedoelstellingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en bepaalde dat de subsidie voor drie medewerkers eindigde per 1 augustus 2013 en voor één medewerker per 1 augustus 2012. In hoger beroep stelde appellante dat de redelijke termijn voor beëindiging doorloopt tot de eerst mogelijke ontslagdatum, die volgens het werkgelegenheidsbeleid in de CAO Primair Onderwijs 1 augustus 2014 is.
De Raad oordeelde dat het college de redelijke termijn niet juist had toegepast. De redelijke termijn dient te lopen tot het moment waarop de medewerkers op basis van het werkgelegenheidsbeleid ontslagen kunnen worden, rekening houdend met de CAO PO en de geldende ontslagprocedures. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept het besluit van 6 december 2011 en bepaalt dat de loonkostensubsidie wordt beëindigd per 1 augustus 2014. Tevens veroordeelde de Raad het college in de proceskosten.
Uitkomst: De loonkostensubsidie wordt beëindigd per 1 augustus 2014, de eerst mogelijke ontslagdatum van de medewerkers.