ECLI:NL:CRVB:2017:1570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- P.W. van Straalen
- J.L. Boxum
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en boete wegens verzwegen bankrekening met vermogen boven grens
Appellante ontving bijstand na een aanvraag in augustus 2013. Het college ontdekte via een melding van de Financial Intelligence Unit dat zij beschikte over een bankrekening met een aanzienlijk saldo, wat niet was gemeld bij de aanvraag. Dit leidde tot intrekking van de bijstand en het opleggen van een boete wegens schending van de inlichtingenplicht.
Appellante voerde aan dat de bankrekening was opgeheven en dat het geld aan haar zus toebehoorde, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen. De Raad oordeelde dat het tegoed op de bankrekening tot haar vermogen behoorde en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden.
De rechtbank had de boete vastgesteld op €3.240,-, maar de Raad vond dit disproportioneel en stelde de boete vast op 12 maal 10% van de bijstandsnorm, zijnde €1.179,44. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van appellante en moest het griffierecht worden vergoed.
De Raad bevestigde de intrekking van de bijstand vanwege het vermogen boven de toegestane grens en verwierp het beroep van appellante tegen de hoogte van de boete en de intrekking. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 18 april 2017.
Uitkomst: De boete wegens het verzwegen vermogen wordt vastgesteld op €1.179,44 en de intrekking van de bijstand wordt bevestigd.