ECLI:NL:CRVB:2017:1571
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld na eerstejaarsbeoordeling Ziektewet
Appellante, voormalig medewerker met een dienstverband van gemiddeld 15 uur per week, meldde zich ziek met psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaarsbeoordeling stelde het UWV vast dat zij vanaf 9 januari 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en beroep.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat het verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, ondersteund door een recent rapport van haar psycholoog, dat nader onderzoek naar haar persoonlijkheidsstructuur vereist zou zijn.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellante adequaat waren vastgesteld. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had overtuigend gemotiveerd dat er geen aanleiding was voor meer beperkingen. De aanvullende medische informatie van de psycholoog leidde niet tot een ander oordeel. Ook de arbeidsdeskundige concludeerde dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen.
De Raad zag geen reden voor een deskundigenonderzoek, verwierp het hoger beroep en bevestigde de eerdere uitspraak. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.