Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Bij besluit van 6 oktober 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant gegrond verklaard en vastgesteld dat appellant met ingang van 19 oktober 2014 geen recht meer heeft op ziekengeld.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds juni 2013 een Ziektewetuitkering wegens psychische klachten. Na een eerstejaarsbeoordeling in april 2014 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant nog 69,92% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waarna het UWV besloot de uitkering te beëindigen per 6 juli 2014.
Appellant maakte bezwaar met aanvullend medisch bewijs, waaronder een psychiatrisch rapport en huisartsverklaringen, en stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts bezwaar en beroep nam extra beperkingen mee, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten en bracht nieuwe medische stukken in.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling en de beperkingen in de FML voldoende zijn gemotiveerd en dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd medisch passend zijn. De Raad vond de aanvullende medische informatie onvoldoende om het oordeel te wijzigen en bevestigde daarom het bestreden besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 19 oktober 2014.