ECLI:NL:CRVB:2017:1599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens hoofdverblijf op vastgesteld adres in plaats van zwervend bestaan
Appellant heeft op 3 februari 2015 bijstand aangevraagd en opgegeven dakloos te zijn, met verblijf op meerdere locaties in Amsterdam. De Dienst Werk en Inkomen (DWI) voerde een onderzoek uit en concludeerde dat appellant zijn hoofdverblijf had op een specifiek adres waar hij vijf tot zeven dagen per week verbleef. Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenverplichting en het ontbreken van bewijs voor een zwervend bestaan.
Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onvolledig was en dat hij niet continu op het betreffende adres verbleef. De Raad oordeelde dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat hij een zwervend bestaan leidde en dat de verklaringen van appellant en de hoofdbewoner voldoende waren om het hoofdverblijf vast te stellen.
De Raad verwierp de stellingen van appellant dat de verklaringen eenzijdig of onvolledig waren en bevestigde dat een latere ontkenning van eerder afgelegde verklaringen weinig gewicht heeft. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.