ECLI:NL:CRVB:2017:1614
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening studiefinanciering wegens onbevoegd onderzoek
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend als uitwonende studente over diverse perioden. De minister liet in mei 2014 een onderzoek uitvoeren naar haar woonsituatie door twee controleurs die niet bevoegd waren volgens de Wet studiefinanciering 2000. Op basis van het rapport werd de studiefinanciering herzien en appellante als thuiswonend aangemerkt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het onderzoek is verricht door controleurs die niet voor het toezicht waren aangewezen, waardoor het bewijs onrechtmatig is verkregen en uitgesloten moet worden. Zonder dit bewijs ontbreekt een voldoende feitelijke grondslag voor het standpunt van de minister.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het eerdere besluit van 5 juli 2014 en verklaart het beroep gegrond. Tevens veroordeelt de Raad de minister in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening studiefinanciering wordt vernietigd wegens onrechtmatig bewijs en gebrek aan motivering.