ECLI:NL:CRVB:2017:1623
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens te late indiening ongegrond verklaard
In deze zaak hebben de erven van een betrokkene hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het hogerberoepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken (42 dagen) was ingediend.
De appellanten stelden in verzet dat het hogerberoepschrift wel tijdig was ingediend, maar de Raad oordeelde dat de termijn correct was berekend en dat het hogerberoepschrift te laat was ingediend. De Raad verwierp het beroep op Richtlijn 80/181/EEG en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, omdat deze niet van toepassing zijn op de termijnberekening in deze bestuursrechtelijke procedure.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de termijnregels in het bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.