ECLI:NL:CRVB:2018:4207
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening hoger beroep niet-ontvankelijkverklaring
De erven hebben verzocht om herziening van de uitspraak van 26 april 2017, waarin hun verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun hoger beroep ongegrond werd verklaard. Zij stelden dat de termijn voor het indienen van het hoger beroepschrift anders berekend moest worden, waardoor het tijdig zou zijn ingediend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet voldoen aan de criteria van artikel 8:119 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die vereist dat er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die tot herziening kunnen leiden. Het verzoek om herziening was daarmee niet gegrond.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak zelf, maar slechts voor uitzonderlijke gevallen waarin nieuwe feiten of omstandigheden aan het licht komen.
Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.