ECLI:NL:CRVB:2017:1748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstverbandaandoening als factor bij nieuw aangevoerde klachten militair
Appellant, een voormalig beroepsmilitair met een militair invaliditeitspensioen van 35%, vordert erkenning dat nieuwe klachten verband houden met zijn dienstverbandaandoening. De minister van Defensie handhaafde het besluit dat voor deze nieuwe klachten geen dienstverband wordt aanvaard. De rechtbank vernietigde eerder het besluit wegens motiveringsgebrek en beval nader onderzoek door een orthopedisch deskundige.
Na aanvullend advies van deskundigen concludeerde de minister opnieuw dat onvoldoende aannemelijk is dat de dienstverbandaandoening een duidelijke factor is bij de nieuwe klachten. De rechtbank oordeelde dat het motiveringsgebrek was hersteld en verklaarde het beroep gegrond maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep betoogt appellant dat de dienstverbandaandoening wel een duidelijke factor is. De Raad volgt dit niet, omdat deskundigen aangeven dat de vraag niet met ja of nee kan worden beantwoord en onvoldoende bewijs is geleverd. De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.