ECLI:NL:CRVB:2017:1773
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijzonder militair nabestaandenpensioen wegens ontbreken rechtstreeks verband overlijden met militaire dienst
Appellante vordert in hoger beroep toekenning van een bijzonder militair nabestaandenpensioen na het overlijden van haar echtgenoot, die leed aan een combinatie van psychische aandoeningen. De minister van Defensie heeft het pensioen geweigerd omdat niet is vastgesteld dat het overlijden rechtstreeks verband houdt met de militaire dienst.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt dat voor het recht op het pensioen vereist is dat het overlijden het gevolg is van oorzaken die direct samenhangen met de militaire dienst. Uit de medische rapporten blijkt dat twee van de drie psychische aandoeningen los kunnen staan van de militaire dienst en dat onvoldoende bewijs is geleverd voor een rechtstreeks verband.
Appellante voerde aan dat een minder strikte bewijsvoering moet gelden bij overlappende psychische aandoeningen en verwees naar eerdere jurisprudentie, maar de Raad verwierp dit. De Raad concludeert dat de minister met juistheid heeft geoordeeld dat het vereiste verband niet is aangetoond en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen omdat niet is vastgesteld dat het overlijden van de echtgenoot van appellante rechtstreeks verband houdt met de militaire dienst.