ECLI:NL:CRVB:2017:1776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand bij verblijf in buitenland langer dan vier weken zonder dringende reden
Appellant ontving bijstand en verbleef van 4 oktober 2014 tot 21 januari 2015 in Egypte, langer dan de toegestane vier weken buiten Nederland volgens artikel 13 WWB Pro. Het college trok de bijstand met ingang van 2 november 2014 in en vorderde de kosten terug. Appellant stelde dat hij door tussenkomst van de Nederlandse ambassade niet eerder kon terugkeren en dat er sprake was van zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, maar het college herzag het terugvorderingsbesluit deels omdat appellant op 21 januari 2015 terugkeerde. De Raad oordeelt dat appellant geen zeer dringende redenen heeft aangetoond die het recht op bijstand tijdens het verblijf in Egypte rechtvaardigen, mede omdat hij bijstand ontving tijdens het verblijf en door familie werd opgevangen.
De terugvordering is echter onjuist vastgesteld over een te lange periode en wordt beperkt tot 2 november 2014 tot 20 januari 2015. Het beroep tegen de intrekking van de bijstand wordt afgewezen, het beroep tegen de terugvordering wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Intrekking bijstand bevestigd wegens verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder dringende reden; terugvordering deels vernietigd en beperkt.