ECLI:NL:CRVB:2017:1846
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- L. Koper
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering onverschuldigd betaalde AOW-toeslag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant vroeg in 2007 een AOW-uitkering aan met toeslag voor zijn echtgenote, waarbij hij verklaarde dat zijn echtgenote geen inkomsten had. Later bleek dat de echtgenote een bedrijfspensioen ontving, wat niet was gemeld aan de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb herzag daarom de toeslag met terugwerkende kracht en vorderde de onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond omdat hij zijn inlichtingenverplichting had geschonden en geen dringende redenen had aangevoerd om terugvordering te voorkomen. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat de Svb op de hoogte was van het pensioen en dat er dringende financiële redenen bestonden.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat hij te veel toeslag ontving en dat hij het pensioen had moeten melden. De Svb had het beleid op consistente wijze toegepast en er waren geen dringende redenen om terugvordering af te zien. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de onverschuldigd betaalde AOW-toeslag wegens schending van de inlichtingenverplichting zonder dat sprake is van dringende redenen om terugvordering te voorkomen.