ECLI:NL:CRVB:2017:1925
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens niet levensvatbaar bedrijf na deskundig advies
Appellant, die eerder een onderneming in tweedehands computers exploiteerde die failliet ging, vroeg bijstand aan voor het starten van een nieuw bedrijf in laptopreparatie en -verkoop. Het college vroeg een bedrijfseconomisch onderzoek aan bij SDA, die concludeerde dat het nieuwe bedrijf niet levensvatbaar zou zijn. Het college wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van een second opinion van het IMK, die deze conclusie bevestigde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het IMK onjuiste uitgangspunten hanteerde, zoals het rekenen met een huurpand terwijl hij vanuit huis wilde werken, het betrekken van schuldenlast van het failliete bedrijf en een te lage brutowinstmarge. Daarnaast voerde hij aan dat hij geen contra-expertise kon laten verrichten vanwege financiële beperkingen.
De Raad oordeelde dat het ondernemingsplan uitging van een huurpand en het IMK dit terecht als uitgangspunt nam. De betrokken schuldenlast was niet doorslaggevend en het IMK hield rekening met een redelijke begroting voor schuldsanering. De brutowinstmarge was gebaseerd op eerdere cijfers en onvoldoende onderbouwd door appellant. Een contra-expertise hoeft niet omvangrijk te zijn en de kosten kunnen beperkt worden. Het college mocht het advies van het IMK volgen en de aanvraag afwijzen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijstand wegens niet levensvatbaar bedrijf.