ECLI:NL:CRVB:2014:3346
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bedrijfskrediet en tijdelijke ondersteuning levensonderhoud wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, bijstandsgerechtigde, wilde een eigen bedrijf starten voor export van tweedehands bedrijfsauto’s naar Oekraïne. Na een voorbereidingsperiode vroeg hij een krediet en tijdelijke ondersteuning levensonderhoud aan op grond van het Bbz 2004. Het college wees dit af op advies van Marnecs Management B.V., dat concludeerde dat het bedrijf niet levensvatbaar was vanwege grote onzekerheden over omzet en marktomstandigheden.
Appellant voerde in bezwaar en hoger beroep aan dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is en dat hij zich gesteund voelde door een adviesbureau dat hem begeleidde, maar dat hij geen deskundigenadvies kon overleggen vanwege financiële beperkingen. Hij stelde dat het college hiermee het gelijkheidsbeginsel (article 6 EVRM) schond.
De Raad oordeelde dat het college terecht op het deskundigenadvies heeft vertrouwd en dat appellant onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Het advies van het begeleidingsbureau betrof alleen de voorbereidingsfase en was niet voldoende om de conclusies van Marnecs te weerleggen. De Raad vond geen schending van het equality of arms-beginsel, omdat appellant de mogelijkheid had een deskundigenadvies te overleggen en de rechter desgewenst zelf een deskundige kan benoemen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het bedrijfskrediet en de tijdelijke ondersteuning levensonderhoud wordt bevestigd.