ECLI:NL:CRVB:2017:1929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gezamenlijke huishouding en rechtmatigheid huisbezoek bij intrekking bijstand
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder en stond ingeschreven op een adres. Na een anonieme melding en een onderzoek met waarnemingen en een huisbezoek concludeerde het college dat betrokkene een gezamenlijke huishouding voerde met een man (D) zonder dit te melden, waarna de bijstand werd ingetrokken en beëindigd.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat onvoldoende feitelijke grondslag bestond dat D zijn hoofdverblijf had verplaatst. In hoger beroep stelde het college dat de onderzoeksbevindingen wel voldoende waren en dat ook het criterium van wederzijdse zorg was voldaan.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek rechtmatig was vanwege concrete aanwijzingen en dat de bevindingen voldoende feitelijke grondslag boden voor het gezamenlijk hoofdverblijf. Ook was er sprake van wederzijdse zorg, zoals blijkt uit gezamenlijke huishoudelijke taken en zorg bij epileptische aanvallen.
Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard, waarmee het besluit tot intrekking en beëindiging van de bijstand stand hield.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en beëindiging van de bijstand wordt bevestigd.