ECLI:NL:CRVB:2015:1370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding in woonwagen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande en woonde in een woonwagen op een uitkeringsadres. Na een melding over een afgebrande woonwagen en vermoedens over bewoning, stelde de sociale recherche een onderzoek in. Dit leidde tot het oordeel dat appellant en O een gezamenlijke huishouding voerden op het uitkeringsadres, waarbij de toercaravan niet als zelfstandige woning werd aangemerkt.
Het college van burgemeester en wethouders van Meppel trok de bijstand met terugwerkende kracht in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de toercaravan een zelfstandige woning was en dat er geen sprake was van wederzijdse zorg.
De Raad oordeelde dat de toercaravan geen zelfstandige woning is omdat deze niet is aangesloten op nutsvoorzieningen en dat appellant en O gezamenlijk hoofdverblijf hadden in de woonwagen. Verder was er sprake van wederzijdse zorg, onder meer door financiële verstrengeling en gezamenlijke huishoudelijke taken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en terugvordering bevestigd.