ECLI:NL:CRVB:2017:196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.M. Heijs
- M.T. Boerlage
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens wangedrag na mishandeling collega en vriendin binnen KMar
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens wangedrag nadat hij zijn vriendin en collega op een defensielocatie met een vuistslag ernstig had mishandeld. Dit incident vond plaats na een kerstborrel in december 2014. De mishandeling leidde tot blijvend letsel bij het slachtoffer.
Appellant voerde aan dat hij zich het incident niet kon herinneren vanwege een black-out door alcoholgebruik, en dat dit als een medische aandoening moest worden gezien. De Raad oordeelde echter dat overmatig alcoholgebruik geen verontschuldigende factor is, tenzij dit het gevolg is van een niet door alcohol veroorzaakt psychisch defect, wat hier niet is vastgesteld.
De Raad stelde vast dat appellant verantwoordelijk is voor zijn alcoholgebruik en de gevolgen daarvan, waaronder het geheugenverlies en het wegnemen van remmingen. De opgelegde maatregel van ontslag wegens wangedrag werd als proportioneel en passend beschouwd gezien de ernst van de gedraging, de bijzondere positie van de KMar en de hoge eisen aan integriteit en betrouwbaarheid.
Verder werd het tijdsverloop tussen het incident en het ontslag niet als onaanvaardbaar lang beoordeeld, en was er geen sprake van gerechtvaardigd vertrouwen bij appellant dat een lichtere maatregel zou worden opgelegd. De Raad verwierp ook het beroep op een interview van de commandant KMar als rechtvaardiging.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee het ontslag gehandhaafd bleef.
Uitkomst: Het ontslag wegens wangedrag wordt bevestigd omdat appellant verantwoordelijk wordt gehouden voor zijn alcoholgebruik en de mishandeling van zijn collega.