ECLI:NL:CRVB:2017:1990
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Scootmobielaanvraag afgewezen wegens voldoende mobiliteit met openbaar vervoer en fiets
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een scootmobiel op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam is afgewezen wegens onvoldoende medische onderbouwing van beperkingen bij het verplaatsen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat hij vanwege pijnklachten aan rug en rechterarm en -hand niet in staat is het openbaar vervoer te gebruiken. Ter onderbouwing overlegde hij medische documenten.
De Raad liet een onafhankelijk medisch onderzoek verrichten door revalidatiearts Blanken, die concludeerde dat appellant weliswaar pijnklachten heeft, maar geen beperkingen die het gebruik van openbaar vervoer, fiets, brommer of scooter verhinderen.
De Raad volgde het deskundigenrapport en oordeelde dat het college de scootmobielaanvraag terecht heeft afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen en het verzoek om schadevergoeding eveneens. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag voor een scootmobiel is terecht afgewezen omdat appellant voldoende gebruik kan maken van openbaar vervoer en andere vervoersmiddelen.