ECLI:NL:CRVB:2017:1998
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening huishoudelijke hulp op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling
Betrokkene, geboren in 1932, werd aangemerkt als oorlogsslachtoffer met een arbeidsongeschiktheid van 20% op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Hij vroeg om een voorziening voor huishoudelijke hulp, die werd afgewezen omdat deze niet medisch noodzakelijk werd geacht.
In beroep stelden de erven dat de arbeidsongeschiktheid was onderschat en dat huishoudelijke hulp ten onrechte werd geweigerd. Medische rapporten van artsen Textor en Ohlenschlager concludeerden dat er geen causale beperkingen waren die recht geven op huishoudelijke hulp volgens het geldende beleid.
De Raad achtte het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd en verwierp het beroep. Tevens werd een schadevergoeding van €125 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard en een schadevergoeding van €125,- wordt toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.