ECLI:NL:CRVB:2017:2028
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- F. Hoogendijk
- P.W. van Straalen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende verklaring bankstortingen bevestigd
Appellant, voormalig werknemer in Londen, vroeg bijstand aan na verhuizing naar Nederland. Het college wees de aanvraag af vanwege een vermoeden van vermogen boven de vrijstellingsgrens, gebaseerd op stortingen op zijn Engelse bankrekening.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant de herkomst van de stortingen onvoldoende had toegelicht. In hoger beroep stelde appellant dat de verschillen in bedragen en data verklaard konden worden door valutaconversie en bankvertragingen, en dat sommige stortingen terugbetalingen of kinderalimentatie betroffen.
De Raad oordeelde dat één storting van £ 5.000,- door appellant voldoende was verklaard als lening van zijn vader, waardoor het bestreden besluit niet deugdelijke motivering bevatte en vernietigd moest worden. Desondanks verkeerde appellant niet in bijstandbehoevende omstandigheden omdat het bedrag niet bedoeld was voor levensonderhoud maar voor schuldaflossing.
Daarom bleef de afwijzing van de bijstandaanvraag terecht en werden de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten in beroep.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt terecht afgewezen omdat hij niet in bijstandbehoevende omstandigheden verkeerde.