ECLI:NL:CRVB:2017:2119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling giften als middelen bij bijstandsverlening voor familiebezoek in Thailand
Appellante ontvangt sinds 2006 bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder. Na een onderzoek naar stortingen op haar bankrekening, waaronder giften van een derde, besloot het college de bijstand over een periode te herzien en terug te vorderen wegens niet-gemelde inkomsten.
De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de giften als middelen moesten worden beschouwd, maar oordeelde dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de giften onverantwoord waren. Het college handhaafde het besluit daarop.
In hoger beroep betoogde appellante dat giften voor vakanties die als cadeau worden gegeven buiten beschouwing moeten blijven. De Raad oordeelde dat de situatie van appellante, waarbij zij vrijelijk over de giften kon beschikken voor meerdere reizen naar Thailand, niet vergelijkbaar is met een gratis vakantie als cadeau. Het college heeft het beleid correct toegepast en de giften terecht als middelen aangemerkt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de giften voor familiebezoek in Thailand als middelen worden aangemerkt en wijst het hoger beroep af.