ECLI:NL:CRVB:2017:2122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging ingangsdatum bijstand en aanmerken bijschrijvingen als middel
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en verklaarde sinds juni 2014 in een andere gemeente te verblijven. Het dagelijks bestuur verleende bijstand met ingang van 2 november 2015, maar wijzigde later de ingangsdatum naar 24 februari 2015. Dit omdat zij de bijschrijvingen op de bankrekening van appellant in de periode daarvoor als inkomen en vermogen aanmerkte.
Appellant voerde aan dat de ontvangen bedragen leningen waren die hij had afgesloten om in zijn levensonderhoud te voorzien tijdens een periode zonder inkomen. De Raad toetste dit aan vaste rechtspraak, waarin is bepaald dat leningen in beginsel niet als middelen tot levensonderhoud worden aangemerkt, tenzij aannemelijk is gemaakt dat het daadwerkelijk leningen betreft die voor levensonderhoud zijn bedoeld.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de bijschrijvingen leningen waren met duidelijke afspraken over terugbetaling en dat deze leningen bestemd waren voor levensonderhoud. Ook bleek uit de bankafschriften dat de betalingen doorliepen nadat bijstand was verleend, wat het karakter van leningen ter overbrugging ontkracht.
Daarom was het terecht dat het dagelijks bestuur de bedragen als inkomen heeft aangemerkt en de bijstand met terugwerkende kracht heeft vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de wijziging van de ingangsdatum van de bijstand bevestigd.