ECLI:NL:CRVB:2017:2128
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en onvoldoende duidelijkheid werkzaamheden
Appellanten ontvingen bijstand, maar het college stelde na onderzoek vast dat zij diverse werkzaamheden verrichtten, waaronder schoonmaakwerkzaamheden, oppaswerkzaamheden, werkzaamheden in cafés en het organiseren van erotische avonden. Zij maakten hierover geen melding aan het college, waardoor zij de inlichtingenplicht schonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en dat van appellant gegrond voor een deel. Het college nam een nieuw besluit tot terugvordering van bijstand over de juiste periode. In hoger beroep betwistten appellanten dat de werkzaamheden op geld waardeerbaar waren en dat zij de inlichtingenplicht hadden geschonden.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden economisch waardevol waren en dat appellanten onvoldoende duidelijkheid verschaften over de omvang en inkomsten van deze activiteiten, ook na januari 2014. De inlichtingenplicht was geschonden, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Dringende redenen om van terugvordering af te zien werden niet aannemelijk gemaakt. Het beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenplicht en onvoldoende duidelijkheid over inkomsten uit werkzaamheden.