ECLI:NL:CRVB:2017:2133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit studiefinanciering wegens onvoldoende bewijs woonadres
Appellante ontving studiefinanciering als uitwonende studente, maar de minister herzag dit besluit en kwalificeerde haar als thuiswonend, met terugvordering van €3.748,02. De minister baseerde dit op een huisbezoek en een rapport van controleurs waarin werd gesteld dat appellante niet op haar BRP-adres woonde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Raad stelde in hoger beroep vast dat het rapport onvoldoende bewijs leverde. Persoonlijke spullen van appellante waren aanwezig, en de aanwezigheid van spullen van haar oom deed hier niet aan af. Een aanvullend buurtonderzoek leverde geen bewijs op dat haar verklaringen onjuist waren.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het eerdere besluit, en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. Het besluit tot herziening en terugvordering kon niet in stand blijven wegens strijd met de Awb-artikelen 3:2 en 7:12.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en het besluit tot herziening en terugvordering studiefinanciering wordt vernietigd.