ECLI:NL:CRVB:2017:2139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging formele terugplaatsing ambtenaar zonder werkzaamheden na onrechtmatige ontheffing
Appellant, sinds 1986 werkzaam bij het ministerie van Defensie, werd onterecht ontheven van zijn functie met ingang van 1 mei 2012. Na herroeping van het besluit tot ontheffing kon hij niet terugkeren omdat een ander in zijn functie was benoemd. De rechtbank oordeelde dat aanmerken als herplaatsingskandidaat onvoldoende rechtsherstel bood en bepaalde dat appellant in een vergelijkbare passende functie moest worden geplaatst.
De minister plaatste appellant formeel terug op zijn oude functie, maar zonder hem werkzaamheden op te dragen, zodat hij volledig bezoldigd en fulltime de gelegenheid kreeg een andere passende functie te verwerven. De Raad acht deze administratieve terugplaatsing als voldoende rechtsherstel.
De minister was niet verplicht appellant een functie aan te bieden die niet zou vervallen door de reorganisatie van de Bestuursstaf. Ook mocht appellant niet zonder sollicitatieprocedure een functie krijgen, om geen uitzonderingspositie te creëren ten opzichte van andere herplaatsingskandidaten.
Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Appellant heeft zijn verzoek tot schadevergoeding ingetrokken. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat formele terugplaatsing zonder werkzaamheden voldoende rechtsherstel biedt en wijst het hoger beroep af.