ECLI:NL:CRVB:2017:2147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en niet melden bankrekeningen
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) sinds 1990. Tijdens een heronderzoek kwam aan het licht dat appellant en/of-bankrekeningen had die niet waren gemeld aan het college van burgemeester en wethouders van Heiloo. Het saldo van deze rekeningen bedroeg op 31 december 2012 ruim €42.000.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 januari 2014 in vanwege schending van de inlichtingenplicht. Appellant weigerde bankafschriften te overleggen, met het argument dat hij het recht op privacy van zijn moeder wilde respecteren. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond voor het deel vanaf 30 januari 2014, omdat appellant toen geen mederekeninghouder meer was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant wel degelijk over de tegoeden kon beschikken zolang hij mederekeninghouder was en dat hij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit niet het geval was. Het niet melden van de rekeningen en het niet overleggen van bankafschriften vormen een schending van de inlichtingenplicht. Hierdoor kon het college het recht op bijstand niet vaststellen en was intrekking van de bijstand terecht.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de bijstand voor de periode van 16 mei 2012 tot 30 januari 2014 bevestigd. Een verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De intrekking van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.