ECLI:NL:CRVB:2017:2155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verzwegen werkzaamheden in autobedrijf zoon
Appellant ontving vanaf 3 mei 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een anonieme tip dat appellant werkzaam was in het autobedrijf van zijn zoon, voerde de gemeente Breda een onderzoek uit. Op basis van dit onderzoek trok de commissie Sociale Zekerheid de bijstand in en vorderde de kosten terug wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn recht op bijstand kon worden vastgesteld aan de hand van een urenadministratie en bankafschriften. De Raad oordeelde dat de urenadministratie ontoereikend en inconsistent was met zijn eigen verklaringen, en dat de bankafschriften geen inzicht gaven in de aard en duur van de werkzaamheden of inkomsten.
Omdat appellant geen objectieve en verifieerbare gegevens over zijn werkzaamheden en inkomsten kon overleggen, kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens het verzwegen van werkzaamheden in het autobedrijf van zijn zoon.