ECLI:NL:CRVB:2017:2194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.T. Kwaasteniet
- E.W. Akkerman
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot beëindiging Ziektewetuitkering na eerstejaarsbeoordeling
Appellant meldde zich ziek op 24 juli 2013 en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde het UWV bij besluit van 11 juli 2014 vast dat appellant vanaf 24 augustus 2014 geen recht meer had op de uitkering, omdat hij geschikt werd geacht voor andere functies waarmee hij meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Appellant maakte bezwaar en beroep tegen dit besluit, maar deze werden ongegrond verklaard door de rechtbank en later bevestigd door de Centrale Raad van Beroep.
Appellant meldde zich opnieuw ziek op 3 december 2014 vanuit een WW-uitkering en bezocht een verzekeringsarts die oordeelde dat appellant vanaf 19 januari 2015 geschikt was voor arbeid. Het UWV beëindigde daarop de ZW-uitkering per 19 januari 2015. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond het besluit zorgvuldig en deugdelijk gemotiveerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten onvoldoende waren meegewogen en dat hij niet in staat was tot arbeid. Hij overhandigde een brief van zijn psychiater ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep een juiste inschatting had gemaakt van zijn belastbaarheid, waarbij ook de psychiaterinformatie was betrokken. De Raad bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Er werd geen aanleiding gezien voor het toewijzen van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juni 2017.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering vanaf 19 januari 2015.