ECLI:NL:CRVB:2017:2196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek terugkomen van intrekkingsbesluit persoonsgebonden budget Wmo
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor hulp bij het huishouden over 2012, dat het college later introk wegens onvoldoende verantwoording van de besteding. Appellant verzocht het college terug te komen van dit besluit, maar dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het college het verzoek terecht had afgewezen op grond van artikel 4:6 Awb Pro, omdat de stukken die appellant aanvoerde niet als nieuwe feiten konden worden beschouwd en eerdere argumenten inhoudelijk beoordeeld hadden kunnen worden bij het oorspronkelijke besluit.
De Raad benadrukte dat de bestuursrechter bij een dergelijk verzoek toetst of het bestuursorgaan zich terecht en zorgvuldig heeft opgesteld. Ook leidde het argument dat het pgb noodzakelijk was en het niet giraal betalen niet tot de conclusie dat het besluit evident onredelijk was. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de afwijzing van het verzoek om terug te komen van het intrekkingsbesluit wordt bevestigd.